In Mijn Geheim (2016): Drie generaties, één ziekte. Deel II. Dochter Bregtje (39): 'Ik dacht dat het niet in me zat. Ik hield toch van het leven?' - Diagnose Depressie
986
post-template-default,single,single-post,postid-986,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,qode_popup_menu_push_text_right,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,columns-4,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

In Mijn Geheim (2016): Drie generaties, één ziekte. Deel II. Dochter Bregtje (39): ‘Ik dacht dat het niet in me zat. Ik hield toch van het leven?’

 

Sommige ziektes treffen meerdere generaties binnen één familie. Zoals depressie. Hoe is het om op te groeien met een depressieve moeder, zelf meerdere depressies te krijgen en te zien hoe je broers en je kind eraan onderdoor gaan? Hoe is het om als zevenjarige je vader te verliezen aan zelfdoding? Of om als jonge moeder in een psychiatrische kliniek te belanden en niet meer voor je kind te kunnen zorgen? In Mijn Geheim vertelden Vader Ruud (63), dochter Bregtje (39) en nichtje Roxanna (31) over de schaduw die over hun familie hangt.

Bregtje: “In juni 1992 – ik was zestien – kwam ik laat in de middag thuis. Het was een snikhete zomerdag. Ik was met vriendinnen naar het strand gefietst en had de hele middag in de zon gelegen. Mijn moeder was er niet. Ze was bij mijn tante, haar beste vriendin, zei mijn stiefvader. Ron, mijn oom, was overleden. De woorden van mijn stiefvader drongen eerst niet tot me door. Later begreep ik dat mijn oom, die al een tijd ziek was, zelfmoord had gepleegd.

In 2008 had mijn vader zijn eerste depressie. Zelf was ik op dat moment zwanger van mijn zoontje. Avond aan avond praatte ik mijn vader moed in via Skype. Maar wat ik ook zei, hij bleef overmand door verdriet en neerslachtige gevoelens en zag overal beren op de weg. Er viel geen land met hem te bezeilen. Ik wist dat depressie in mijn familie van vaderskant zit. Mijn oma had het, mijn oom, mijn vader. Maar ik had niet gedacht dat ik zelf ooit een depressie zou krijgen. Ik dacht niet dat het in me zat. Ik hield toch van het leven? Toch gleed ik er in 2013 heel langzaam in. Bijna ongemerkt.”

Paniekaanvallen
“Mijn depressie had een heel lange aanloop: ruim anderhalf jaar. Het begon in het najaar van 2013. Ik had toen stress. Heel veel stress. Zo veel dat ik alleen nog maar kon huilen. De tranen hielden niet op. Na een tijdje leek ik uitgehuild. Maar het ging niet beter, al zei ik nog zo vaak tegen mezelf dat alles heus wel weer goed zou komen, en zeiden anderen dat ook. Ook sliep ik niet meer. Nachtenlang lag ik wakker, in het donker voor me uit te staren. ’s Ochtends kwam ik gebroken mijn bed uit. Dat nekt je op den duur. Op mijn werk had ik moeite om me te concentreren. Vaak dansten de letters op het beeldscherm van mijn computer voor mijn ogen. Alles ging steeds moeizamer. Werken, voor mijn kind zorgen, de dagelijkse dingen doen – het kostte me allemaal steeds meer energie. In de supermarkt of buiten op straat raakte ik gedesoriënteerd. Dan was het alsof ik verdwaald was. Mijn omgeving, beelden, indrukken en geluiden kwamen zo anders binnen, dat ik ze niet meer begreep. Dat was heel beangstigend. Ik snapte niet wat er met me aan de hand was. Ook kreeg ik paniekaanvallen. Tijdens zo’n paniekaanval vloog alles me aan. Vooral als ik alleen thuis was. Het was alsof mijn bewustzijn zich dan letterlijk vernauwde. De wereld om me heen begon langzaam te draaien en ineens werd ik snel een steeds nauwer wordende trechter ingezogen. Heel eng.

Achteraf waren dit allemaal signalen van die naderende depressie, maar ik herkende ze niet. Of misschien negeerde ik ze. Want ik een depressie? No way! Dat was iets voor andere mensen, niet voor mij. Alles, maar dan ook alles in mij kwam in verzet bij de gedachte dat ik misschien wel een depressie had en ook nog eens aan de antidepressiva zou moeten. Dat wilde ik dus écht niet.”

Gedwongen opname
“Lang verhaal kort: ik belandde in een ernstige klinische depressie, die me compleet lamlegde. Ik kon niets meer. Werkelijk alles was me teveel. En op een zeker moment wílde ik ook niets meer. Het liefst wilde ik gewoon ophouden te bestaan, er niet meer zijn. Dat leek me beter. Voor iedereen. Uiteindelijk – nadat hulp van de huisarts en de psycholoog had gefaald en ik doorverwezen was naar een psychiater – kwam ik gedwongen in een psychiatrische kliniek terecht. Daar heb ik vier maanden lang gezeten. Vreselijk was dat.
In die periode was ik totaal niet in staat om voor mijn zoontje van toen vijf te zorgen. Dat moest ik overlaten aan opa en oma, en mijn ex. Dat ik niet voor mijn kind kon zorgen, was heel naar. En pijnlijk. Het is erg om te zeggen, maar in het diepst van mijn depressie kon eigenlijk niets me meer iets schelen. Zelfs mijn kind niet. Ik wilde eigenlijk alleen maar… dood. Er niet meer zijn. Omdat ik het leven te pijnlijk en te moeilijk vond.

Ruim een halfjaar heb ik door mijn depressie geen moeder kunnen zijn voor mijn kind. Terwijl hij me zo nodig had. Hij maakte tekeningen voor me, om op mijn kamer in de kliniek te hangen. Schreef met krijt op een bordje: Ik hou van je, mama. Maar ik was te ziek om ook maar enig oog voor hem te hebben. Op een dag gaf hij me zo’n kunstwaxinelichtje op batterijen en zei hij: ‘Voor jou, mama. Als je bang bent in het donker in het ziekenhuis, moet je dit lichtje aandoen. Ik heb er ook een en die doe ik dan ook aan. Dan denk ik aan je en ben ik bij je en hoef je niet bang te zijn.’ Zo lief en zo wijs. Ik voelde me als moeder compleet mislukt en kon alleen maar huilen.”

Dankbaarheid
“Met veel geduld en medicatie – al geloof ik ook in het zelfherstellend vermogen van het lichaam, er is een theorie die stelt dat het lichaam een depressie na zes tot acht maanden zelf ‘opruimt’ – ging het langzaam beter. Eind april, begin mei 2015 begon er langzaam iets in mij te veranderen. Ik begon lichtpuntjes te zien aan het eind van die donkere, duistere tunnel waarin ik verdwaald was. Ik kreeg weer moed en ging vechten om mijn oude leven terug te krijgen. Ik wilde weg uit de kliniek, terug naar mijn huis. En terug naar mijn kind, dat vooral. Weer de moeder voor hem kunnen zijn die ik was geweest voordat ik ziek was geworden. Ik zette alles op alles. En toen ging het snel. Na een paar weken werd ik ontslagen uit de kliniek en mocht ik naar huis. Het moment dat ik, na langer dan een halfjaar weg te zijn geweest, de sleutel weer in het slot van mijn eigen voordeur stak, was onbeschrijflijk. Alles was er nog, precies zoals ik het had achtergelaten. Ik had mijn eigen leven weer terug.

 

‘Ik ben ontzettend ziek geweest, maar ben eruit gekomen’

 

Ik huilde van vreugde en dankbaarheid toen ik voor het eerst sinds lange tijd weer op het schoolplein stond om mijn zoon op te halen en ik hem blij verbaasd op me af zag lopen…

Dat is nu ruim een jaar geleden. Ik zit nog steeds in een hersteltraject, waarbij ik wekelijks gesprekken voer met mijn psychiater. Het gaat goed. Van de medicatie ben ik inmiddels af. Ik had veel last van bijwerkingen en was het zat om ze te moeten slikken. Zodra ik mocht afbouwen, deed ik dat. Iets sneller dan de arts raadzaam vond. Daarmee nam ik bewust het risico op een terugval, maar ik durfde het aan. Ik vertrouwde mezelf weer.

En ik ben blij dat ik wat dat betreft naar mezelf geluisterd heb. Want voor de rest van mijn leven aan de antidepressiva, omdat ik een stofje zou missen in mijn hoofd, dat nooit. Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet tegen medicijnen. Als je ze nodig hebt en ze helpen je, néém ze. Ik had voor mezelf besloten dat ik koste wat kost zo snel mogelijk weer van de medicatie af wilde. In mijn geval pakte dat goed uit. Ik was eigenwijs en luisterde niet naar mijn arts, maar kwam ermee weg. Maar ik ben me ervan bewust dat dat niet voor iedereen zal gelden en wil anderen mijn handelswijze zeker niet aanbevelen. Al vind ik wel dat je altijd kritische vragen moet blijven stellen aan je arts.

Ik realiseer me dat ik heel veel geluk heb gehad. Ik ben ontzettend ziek geweest, maar ben eruit gekomen. Voor hetzelfde geld was het heel anders afgelopen. Ik heb van dichtbij gezien en meegemaakt wat ook mij had kunnen gebeuren. Mijn nichtje was zeven toen ze haar vader verloor – even oud als mijn zoon toen ik vorig jaar uit de kliniek kwam. De geschiedenis had zich kunnen herhalen. Goddank is dat niet gebeurd.”

 

Dit portret, waarin vader Bregtje (39) vertelt over haar depressie, is onderdeel van een drieluik dat verscheen in Mijn Geheim. Meer lezen? Lees het verhaal van vader Ruud (64) hier en van nichtje Rox (32) hier.  Alles lezen? Het hele artikel lees je hier.